Wanneer kinderen een interne motivatie hebben, hoeft men ze niet aan het werk te houden. Als men kinderen aan het werk moet zien te houden, gaat het om externe motivatie. In de praktijk blijkt dat externe motivatie niet zozeer naar het gewenste doel toewerkt, maar dat dit alleen van de straf af werkt. Het gedrag wordt niet dat van ‘iets bereiken‘, maar dat van ‘iets vermijden‘. Externe motivatie is niet blijvend. Wanneer een docent streng het huiswerk controleert, veroorzaakt dat veel overschrijven in de pauze. Voor mij is dat hetzelfde als je huiswerk niet maken.
Een goed voorbeeld van interne motivatie is het meegalmen van de tekst van een lievelingslied. Dit gaat vanzelf. Op een bepaald moment is het geleerd en onthouden! Hoe komt het toch dat leren op school soms niet gaat - schijnbaar niets lijkt te worden onthouden -, maar dat er over de hobby uren kan worden gesproken en dat allerlei ingewikkelde details moeiteloos worden opgesomd? Het is simpel. Men leert als vanzelf wanneer iets iemands interesse heeft. Interne motivatie maakt het leren leuk(er).
Natuurlijk wil je als docent het beste voor een kind, dus wil je hem of haar stimuleren (lees: dwingen op school zijn of haar best te doen). Hoe weet je nu wat het beste is voor een leerling? Weet jij als docent wel altijd wat het beste is? Welke ideeën heeft de leerling daar zelf over? Het is tijd om in het onderwijs te gaan zoeken naar een win-win situatie. De kinderen willen zelf leren. Ze doen dit voor zichzelf en niet voor een ander.
"Als het hele wezen bij het leren betrokken wordt, dus intellect, gevoel en lichaam, dan is het veel duurzamer en diepgaander. Kennis die een verandering in gedrag teweeg brengt leidt tot verzet."